Politieke moord
Op 5 mei 2013 werd de eerste politieke moord gepleegd in het caribische deel van ons koninkrijk
De politieke moord schokte het eiland
Terwijl in Nederland op 5 mei de vrijheid wordt gevierd, kreeg diezelfde datum op Curaçao in 2013 juist een pijnlijk en beladen karakter.
Op die dag werd politicus Helmin Wiels op het strand van Marie Pampoen doodgeschoten.
Wiels was een uitgesproken politicus die corruptie en vermoedelijke misstanden in de goksector aan de kaak stelde.
Zijn partij Pueblo Soberano, Spaans voor 'Soeverein Volk', was links en sociaal-populistisch en wilde volledige onafhankelijkheid van Nederland.
Na de staatkundige hervorming van 10 oktober 2010, waarbij het Statuut werd aangepast en de Nederlandse Antillen werden ontbonden, groeide zijn aanhang.
Zijn partij werd bij de verkiezingen van 2012 zelfs de grootste.
Kort voor zijn dood richtte hij zijn pijlen op Robbie's Lottery, dat loterijnummers verkocht via sms. Hij wilde weten hoe het zat met vergunningen, belastingafdracht en de bestemming van het geld. Twee dagen voor zijn dood stelde hij daarover tientallen kritische vragen aan verschillende ministers van de Curaçaose regering.
De politieke moord schokte het eiland. Al stonden hun standpunen mijlenver uit elkaar Curaçao kreeg zo zijn eigen Pim Fortuyn: een uitgesproken politicus die werd vermoord en een samenleving geschokt achterliet. Maar om te begrijpen waarom de dood van Wiels zoveel vragen bleef oproepen, moet ook worden gekeken naar de belangen en personen die in het onderzoek naar voren kwamen.
George Jamaloodin was minister van Financiën in het kabinet van Gerrit Schotte en is een halfbroer van Robbie dos Santos, de gokondernemer achter Robbie's Lottery.
Ook Schotte werd later veroordeeld: hij kreeg drie jaar gevangenisstraf voor onder meer het aannemen van steekpenningen van een andere gokondernemer en het witwassen van die gelden.
Die afzonderlijke corruptiezaak laat zien dat de verwevenheid tussen politiek en gokbelangen op Curaçao meer was dan alleen een vermoeden.
Jamaloodin werd in hoger beroep veroordeeld tot dertig jaar gevangenisstraf voor onder meer het opdracht geven tot de moord op Wiels.
Ook zijn halfbroer Dos Santos werd verdacht van betrokkenheid, maar het Openbaar Ministerie beëindigde diens vervolging in 2021 wegens onvoldoende bewijs.
Zijn betrokkenheid bij de moord is dus niet bewezen.
Dat betekent niet dat zijn gokpraktijken buiten beeld zijn gebleven. In een afzonderlijk onderzoek werden de financiële praktijken van Dos Santos en zijn bedrijven onderzocht. In 2016 volgde een veroordeling voor onder meer witwassen, belastingfraude en valsheid in geschrifte. De overheid was ongeveer vijftig miljoen Antilliaanse gulden aan belastinginkomsten misgelopen. Dos Santos kreeg twee jaar voorwaardelijke gevangenisstraf en 72,5 miljoen gulden werd verbeurd verklaard. Hij hoefde dus niet de gevangenis in, maar verloor wel een groot bedrag. Er waren daarmee ernstige financiële misdrijven vastgesteld rond de gokondernemer en Wiels' kritiek bleek niet ongegrond.
De moordzaak werd complexer door de dood van twee belangrijke betrokkenen. Raul Martinez, de vermoedelijke bestuurder van de vluchtauto bij de aanslag op Wiels, werd enkele weken later zelf vermoord. De vermoedelijke dader van die moord, Luigi Florentina, werd in Nederland aangehouden en naar Curaçao overgebracht. Hij overleed enkele maanden daarna in een politiecel in het dorp Barber. Onderzoek wees uit dat hij zichzelf had verhangen. Door hun dood konden beide mannen niet meer tijdens een rechtszaak over hun rol en contacten worden ondervraagd.
De schutter, een van de tussenpersonen en een opdrachtgever zijn veroordeeld. Toch geven de veroordelingen niet genoeg voldoening aan de inwoners, omdat er nog vele vragen in deze zaak onbeantwoord blijven. Het precieze motief voor de moord op Wiels bleef onopgehelderd. Ook bleef de vraag bestaan of met de veroordelingen iedereen achter de opdracht in beeld was gekomen. Dat maakt begrijpelijk waarom de zaak voor nabestaanden en veel inwoners van Curaçao vragen blijft oproepen.
Ook elders in het Koninkrijk werden politici en hun families door geweld getroffen. In juli 2024 werd Sint Maarten opgeschrikt door een aanslag op de uitgesproken politicus Olivier Arrindell. Zijn auto werd onder vuur genomen. Zijn vrouw kwam om het leven; Arrindell, zijn tienjarige dochter en een partijgenoot die eveneens in de auto zaten, raakten gewond. Arrindell legde zelf een verband met politiek en wees beschuldigend naar politieke tegenstanders. Voor zover uit de berichtgeving blijkt, is een politiek motief echter nooit officieel vastgesteld. De aanslag kan daarom niet zonder meer als een politieke moordaanslag worden omschreven.
Ook rond de dood van Betico Croes, de drijvende kracht achter Aruba's Status Aparte, ontstonden complottheorieën.
Hij raakte op oudejaarsavond 1985, één dag voor de verwezenlijking van zijn politieke ideaal, in coma door een eenzijdig verkeersongeval.
Zonder nog bij bewustzijn te zijn gekomen, overleed hij bijna elf maanden later in een Nederlands verpleeghuis.
De opvallende timing van het ongeval voedde speculaties over sabotage of moord, maar die zijn niet bewezen.
Zelfs in Nederland roept de politieke moord op Pim Fortuyn bij sommige mensen nog altijd de vraag op of er meer achter zat dan officieel is vastgesteld.
Het laat zien hoe een politieke moord een samenleving niet alleen schokt, maar ook jarenlang met vragen, wantrouwen en complottheorieën kan achterlaten.
Bronnen