Dia di Lucha pa Libertat

De Curaçaose slavenopstand van 1795

Peter van HaasenPeter van Haasen
Standbeeld van Tula op Curaçao

De Dag van de Strijd voor Vrijheid
Op 17 augustus wordt op Curaçao ieder jaar Dia di Lucha pa Libertat herdacht, de Dag van de Strijd voor Vrijheid. Op deze dag wordt stilgestaan bij het begin van de grootste slavenopstand in de geschiedenis van Curaçao. De opstand van 1795 groeide uit tot een van de belangrijkste gebeurtenissen uit de geschiedenis van het eiland.

Het ontstaan van de opstand
De oorzaken van de opstand lagen niet alleen op Curaçao. In de Franse kolonie Saint-Domingue (het huidige Haïti) kwamen tot slaaf gemaakten vanaf 1791 in opstand. Onder die druk schafte Frankrijk in februari 1794 de slavernij af in al zijn koloniën; een bericht dat ook Curaçao bereikte.

Begin 1795 veranderde de situatie in Europa toen Franse revolutionaire legers de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden bezetten en de Bataafse Republiek stichtten. Omdat deze nieuwe staat nauw verbonden was met Frankrijk, verwachtten veel Curaçaose slaven dat de slavernij ook bij hen afgeschaft zou worden.

Bovendien ging er onder de opstandelingen een brief rond van de Haïtiaanse generaal André Rigaud, waarin vrijheid werd beloofd aan iedereen onder Frans gezag. Tula dankte hieraan zijn bijnaam "Rigaud".

Ondertussen groeide op de plantages de onvrede door voedseltekorten, verplicht werk op zondag en willekeurige straffen. Vier mannen namen uiteindelijk het voortouw in het verzet: Tula, Bastiaan Carpata, Pedro Wacao en Louis Mercier.

De eerste dagen
Op 17 augustus 1795 kwamen veertig tot vijftig tot slaaf gemaakten bijeen op plantage Knip (Kenepa). Onder leiding van Tula stapten zij naar eigenaar Casper Lodewijk van Uytrecht om hun werk neer te leggen en hun vrijheid te eisen.

Tula trok vervolgens met zijn groep naar plantage Santa Cruz om zich aan te sluiten bij de opstand van Bastiaan Carpata. Onderweg bevrijdden zij tweeëntwintig medeslaven.

Louis Mercier keerde ondertussen terug naar Knip om meer slaven te bevrijden en wapens te verzamelen, waarbij hij een commandant en tien soldaten gevangennam. Op plantage Fontein maakten de opstandelingen vervolgens nog meer wapens en een kanon buit.

Historische afbeelding slavernijverleden Curaçao

De dood van een schoolmeester
Op plantage Fontein fell de Nederlandse schoolmeester Gerrit Sabel in handen van de opstandelingen. Net als veel andere blanke bewoners was hij naar Willemstad gevlucht, maar hij keerde terug om zijn bezittingen te redden, vertrouwend op zijn goede band met de zwarte bevolking.

Toch werd hij door Pedro Wacao gevangengenomen en vastgebonden achter een paard voortgesleept, waardoor hij zwaargewond raakte. Een dag later maakte Louis Mercier een einde aan zijn lijden.

Als eerste blanke dodelijke slachtoffer veroorzaakte Sabels dood grote onrust onder de blanke bevolking. Voor de koloniale autoriteiten werd hiermee duidelijk dat de situatie ernstig was geëscaleerd.

Het verloop van de strijd
Na de gebeurtenissen op Fontein bezetten de opstandelingen een nabijgelegen strategische heuvel, waarmee ze de route tussen Willemstad en Bandabou domineerden. Her aanhang groeide snel doordat steeds meer slaven en vrije zwarte bewoners zich aansloten. Op 19 augustus versloegen zij een eerste militaire eenheid onder luitenant Plegher.

Als reactie stuurde de Koloniale Raad een grotere troepenmacht onder leiding van garnizoenskapitein Baron van Westerholt. Pater Jacobus Schinck probeerde namens het bestuur te onderhandelen. Bij Porto Marie eiste Tula direct de vrijheid op, verwijzend naar de politieke omwenteling in Nederland en de Franse afschaffing van de slavernij.

De gesprekken mislukten, waarna Van Westerholt militair ingreep en het vuur liet openen. Hierbij vielen negen doden, vele gewonden en werden twaalf opstandelingen gevangengenomen. Toch ging de strijd door: tussen 25 en 30 augustus vonden er zware gevechten plaats tussen het koloniale leger en ongeveer tweeduizend opstandelingen.

Gevangenneming en terechtstelling
Louis Mercier werd als eerste van de vier leiders gevangengenomen bij Landhuis Knip. Op 19 september werd Tula gearresteerd na verraad door een medeslaaf, die hiervoor een beloning kreeg. Twee dagen later werden ook Bastiaan Carpata en Pedro Wacao opgepakt op plantage San Juan.

Ondanks zware martelingen tijdens verhoren weigerden de vier leiders namen van andere betrokkenen te noemen.

Op 3 oktober 1795 werden Tula, Carpata en Wacao op het galgenveld bij Rif in Willemstad publiekelijk terechtgesteld voor hun rol in de opstand. Daarnaast werden nog negenentwintig andere opstandelingen ter dood veroordeeld, opgehangen of op andere wijze geëxecuteerd.

Landhuis Knip (Kenepa) op Curaçao

Historische impact
Om nieuwe opstanden te voorkomen, voerde het koloniale bestuur op 20 november 1795 regels in voor de behandeling van slaven: de zondag werd weer een vrije dag en er kwamen normen voor werktijden, voeding en kleding.

Toch bleef de slavernij op Curaçao nog 68 jaar bestaan; pas in 1863 werd deze afgeschaft. Historici zien de opstand van 1795 als een belangrijke aanjager van de groeiende kritiek op het slavernijsysteem.

Sinds de jaren tachtig wordt de verzetsstrijd officieel herdacht:

  • 1985: 17 augustus wordt uitgeroepen tot Dag van de Vrijheidsstrijd (Tula-dag).
  • 1998: Tula krijgt een standbeeld in het Park van de Vrijheidsstrijd.
  • 2007–2021: Het Tula Museum is gevestigd in Landhuis Knip (Kenepa).
  • 2010: Tula wordt uitgeroepen tot nationale held van Curaçao.
  • 2023: De Nederlandse regering spreekt de officiële rehabilitatie van Tula uit.

Bronnenlijst